Page content

article content

Klimaatverandering 2: Reeds zichtbare gevolgen klimaatverandering

Dit is het tweede artikel in een serie over klimaatverandering, een long read met veel achtergrond informatie, maar eindelijk eens het hele plaatje. Klimaatverandering is een van de belangrijkste uitdagingen van deze tijd, toch lezen we er in de pers alleen kleine stukjes er over, zelden of nooit het hele verhaal. In deze serie wil ik proberen het hele verhaal over klimaatverandering te vertellen. Dat is ambitieus, maar noodzakelijk voor wie het allemaal wil begrijpen. Michiel Haas.

Een rampjaar voor het klimaat: 2016

Een echt rampjaar voor het klimaat was 2016, het ene record na het andere sneuvelde. 2016 Was al het warmste jaar sinds het begin van de metingen in 1880, na twee recordjaren daaraan voorafgaand (2014, 2015). De 21e eeuw neemt mondiaal inmiddels 16 van de 17 warmste jaren van de meetreeks voor zijn rekening. Het rapport van de Wereld Meteorologische Organisatie [1] (WMO) over 2016 bevestigt dat 2016 het warmste jaar ooit was – een opvallende 1,1 graden Celsius boven de pre-industriële periode en 0,06 graden Celsius boven het vorige record van 2015.  Ook de temperatuur van het zeeoppervlak is de warmste ooit in de metingen, de zeespiegel bleef stijgen en de oppervlakte van de poolkappen was ver onder het gemiddelde voor het grootste deel van het jaar. Genoemd rapport spreekt van een nooit eerder geziene wereldwijde hittegolf, een uitzonderlijk kleine oppervlakte aan zee-ijs op beide polen en een snelle stijging van de zeespiegel. Die zijn grotendeels het gevolg de klimaatverandering, maar kregen een extra duwtje in de rug door het weerfenomeen El Niño.

El Niño

El Niño, Spaans voor ‘het kindje’, is een weerfenomeen dat om de drie tot zeven jaar het water van de Grote Oceaan opwarmt, met zware gevolgen voor het weer in grote delen van de wereld. El Niño gaat vaak gepaard met hevige stormen in Zuid-Amerika en droogte in Azië en zuidelijk Afrika. El Niño is geen fenomeen dat is ontstaan door klimaatverandering, maar als gevolg van stijgende temperaturen zijn de El Niño’s van de laatste decennia zwaarder. De laatste El Niño die van 2014-2016 duurde, deed de tropische bossen 3 miljard ton CO2 extra uitstoten (door droogte, bosbranden en minder groei van bossen). Dat is bijna een vijfde van de uitstoot door fossiele brandstoffen en cementproductie in dezelfde periode. En daarmee heeft het wel een grote invloed op de klimaatverandering.

Opwarming en hittegolven

De laatste drie jaren (2014-2015-2016) waren steeds de warmste jaren sinds het begin van de metingen. Onderstaande grafiek laat ook duidelijk zien dat het warmer wordt. In Nederland is het al 1,7 graden Celsius warmer geworden sinds het pre-industriële tijdperk. In ons klimaat voelt dat nog wel als aangenaam. Hoewel we ook steeds meer hittegolven kennen met temperaturen van boven de 30 graden en dat vinden we al minder aangenaam. Een hittegolf wordt door het KNMI beschreven als een opeenvolging van in De Bilt minimaal 5 zomerse dagen (maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger), waarvan er minimaal drie tropisch (maximumtemperatuur 30,0 °C of hoger) zijn. Sinds 1901 zijn er in De Bilt 24 hittegolven geregistreerd, waarvan sinds 1990 meer dan de helft, namelijk 13 en alleen in deze eeuw al 8. Het tempo van de hittegolven loopt op.

De temperatuurstijging vanaf 1900 tot 2016 weergegeven (bron NASA) (https://www.facebook.com/YaleEnviro360/videos/10155483624267394/)

Het Europese Milieuagentschap (EMA) schrijft over het klimaat in Europa in haar vierjaarlijkse rapport [2]. ‘Meer hittegolven en problemen door warme nachten in de stad, niet alleen rond de Middellandse Zee maar nadrukkelijk ook in en rond Nederland.’

Uit de afgelopen decennia is te concluderen dat de opwarming van de Aarde leidt tot verhoogde risico’s op hittegolven en droge episoden. Tevens stijgt de temperatuur op de warmste dagen en nachten in de scenario’s meer dan de gemiddelde opwarming. Omdat in steden de temperatuur vaak al enkele graden hoger ligt dan in landelijk gebied (stedelijke hitte-eiland of ook wel Urban Heat Island genoemd) is de impact van deze hete en droge dagen in steden veel groter. Normaal wordt er vanuit gegaan dat dit effect ca. 4 graden Celsius extra betekent. Uit metingen gedaan in Rotterdam tijdens de hittegolf in 2015 [3], bleek dat de in de stad gemeten temperaturen tot wel 9,9 graden hoger lagen dan de omliggende groengebieden.

De temperatuurstijging ten gevolge van het hitte eiland effect in steden (bron: Urban_heat_island.svg: TheNewPhobia derivative work: Alexchris (Urban_heat_island.svg) [Public domain], via Wikimedia Commons)

Droogte en bosbranden

Het zuiden van Europa heeft de laatste jaren meer en meer te maken gekregen met grote natuurbranden. Het regenseizoen valt daar vooral in de winter. Als er dan weinig neerslag valt, droogt de natuur door de opwarmende Aarde uit in de loop van het voorjaar. Deze verandering van klimaat leidt bij de Middellandse Zee tot een verdere verdroging en een toenemend risico op grote bosbranden. We zagen dat afgelopen zomer van 2017 weer pijnlijk duidelijk. Enorme bosbranden in Zuid-Europa, vooral Frankrijk, Spanje, Portugal, Montenegro en Griekenland. Maar ook op onverwachte plekken op het noordelijk halfrond is regionaal een toename van bosbranden te zien. Siberië, Canada en Alaska zijn gebieden waar regelmatig bosbranden plaatsvinden. Bosbranden veroorzaken jaarlijks ecologische èn economische schade in een gebied ter grootte van de Europese Unie, dat is niet gering.

Gelukkig is in Zuid-Europa en zelfs wereldwijd de afgelopen decennia het totale aantal bos- en heidebranden en het oppervlak van het verbrande gebied afgenomen, hoewel er grote regionale verschillen zijn. Hoe is dat te verklaren?

Door meer aandacht aan preventie van natuurbranden te geven en toenemende kennis over hoe deze natuurbranden ontstaan en hoe deze te beheersen, of te voorkomen, leren we ons voor te bereiden op dit natuur fenomeen. Mede door satelliet waarnemingen, kunnen we sneller reageren. Maar ook doordat nomaden minder rondtrekken en zich meer en meer op een vaste plek vestigen, wordt er minder natuur platgebrand.

Bosbranden in zuidelijk Europa veroorzaken grote schade en zelfs doden (foto: Peter J. Wilson on Shutterstock)

Extremer weer

Door de opwarmende Aarde en vooral van het warmere zeewater, die de motor van de buien is, krijgen we vaker te maken met extremer weer. Meteoroloog Jennifer Faber van Buienradar [4] zegt “Als de opwarming van de Aarde doorgaat, zullen weersgebeurtenissen steeds extremer worden. Niet alleen voor Europa maar ook voor Nederland. We moeten er rekening mee houden dat we zwaardere buien of meer buien krijgen.”

De afgelopen jaren hebben we al gemerkt dat buien heviger kunnen zijn, meer neerslag in korte tijd, veelal lokaal, gepaard gaand met hevige winden en rukwinden. Hagelbuien kunnen plotseling optreden met grote hagelstenen. Vooral hevige neerslag binnen korte tijd neemt toe: met zo’n 12 procent per graad opwarming en dat is nu al merkbaar.

Overstromingen

Door de toenemende neerslag en de verstedelijking met bijbehorende kanalisering van rivieren en verstening van oppervlakten, hebben rivieren het zwaarder gekregen om al het water goed af te voeren. Voor Nederland als deltaland geldt dat onze grote rivieren, zoals de Rijn bijvoorbeeld, in de winter meer regenwater moeten afvoeren, daarentegen in de zomer minder smeltwater door verdere verdamping. De verwachting is dat de Rijn, nu nog een gecombineerde regen- en smeltwaterrivier, meer zal gaan lijken op een regenrivier. Een regenrivier heeft hoge afvoeren in de winter en lage afvoeren in de zomer. De Maas is altijd al een regenrivier geweest. Voor beide rivieren geldt dat hoogwaters niet alleen vaker voorkomen, maar ook dat ze hogere waterstanden met zich mee brengen. Nederland heeft zich op deze situatie al voorbereid door extra ruimte te maken in de uiterwaarden voor de rivier. Veel andere landen hebben deze voorzorgmaatregelen nog niet getroffen.

Een overstroomde rivier vanwege hevige regenval (bron: Lisa S. via Shutterstock)

Zeespiegelstijging

Er wordt veel gesproken over een zeespiegelstijging. Maar wat houdt dat precies in?

De relatieve zeespiegelstijging op een bepaalde plek op Aarde is de som van de toename van de hoogte van het zeeniveau (absolute zeespiegelstijging) en de lokale bodembeweging. In Nederland hebben we een bodemdaling van enkele centimeters per eeuw, door inklinking van de bodem en door na-ijleffecten van de laatste ijstijd. Op sommige plaatsen gaat de bodemdaling veel sneller, denk aan Gouda bijvoorbeeld.

Een absolute zeespiegelstijging wordt veroorzaakt door veranderingen in de totale hoeveelheid water in de oceanen (bijvoorbeeld door smelten van gletsjers of landijs) en in de verandering van het volume ten gevolge van de temperatuurveranderingen. Warm water zet uit, koud water krimpt. De grootste bijdrage wordt momenteel gevormd door de toename van het volume door de temperatuurstijging van het oceaanwater.

De zeespiegel voor de Nederlandse kust is in 125 jaar gelijkmatig gestegen met circa 23 cm, ofwel een verandering met 1,9 mm per jaar. Dit komt in grote lijnen overeen met de wereldwijde stijging van de zeespiegel van circa 22 cm over dezelfde periode. Vanaf 1993 vertoont de mondiale zeespiegelstijging een versnelling.

Huidige zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust van ca. 23 cm sinds 1890 (bron: RWS)

Over de periode 1901-1990 wordt een mondiale zeespiegelstijging van 1,2 tot 1,5 mm per jaar geschat. Het IPCC (2013) komt voor de periode tussen 1993 en 2010 tot een mondiale zeespiegelstijging van zeer waarschijnlijk 3,2 mm per jaar. Het IPCC geeft voor deze schatting een ondergrens van 2,8 en een bovengrens van 3,6 mm per jaar.

Droogte en honger

Ook ons deel van Europa is soms droger dan normaal, hoewel dat nog niet valt toe te rekenen aan klimaatverandering. We zien geen stijging van droge periodes ten opzichte van het verleden, wel zien we dat de droogte extremer kan zijn. Bij droogte dreigt in Nederland ook gevaar voor bosbranden, al zullen de schaal en heftigheid daarvan niet te vergelijken zijn met de taferelen die zich jaarlijks voordoen in Zuid-Europa. In ons land dreigen bij aanhoudende droogte echter andere problemen. Zoals het verzakken van oude veendijken, met het risico van overstromingen. Uiteindelijk kan ook verzilting optreden, funest voor gewassen en op de langere termijn een bedreiging voor de drinkwatervoorziening en de voedselvoorziening.

Mondiaal zien we vooral een toename van de droogte in gebieden als Midden-Oosten, India, Midden-Afrika (Sahel-zone) en Zuidelijk-Afrika. Met mislukte oogsten en een mogelijke verdubbeling van het aantal mensen met honger als gevolg.

Oorlogen en klimaatvluchtelingen

Klimaatverandering is natuurlijk nooit dé oorzaak van een oorlog, maar het kan wel bijdragen aan het ontstaan daarvan. De oorlog in Syrië is mede veroorzaakt door de droogte in het noordoosten van het land. Leo Meyer, klimaatconsultant en voormalig klimaatonderzoeker bij het Planbureau voor de leefomgeving (PBL), vertelt hierover in De Staat van het Klimaat 2015 [5]. ”Het is moeilijk om te bewijzen dat een klimaatgebeurtenis heeft bijgedragen aan het ontstaan van conflicten, en het is nog eens extra moeilijk om een regionale klimaatgebeurtenis toe te schrijven aan de opwarming van de aarde.” Maar in het geval van Syrië lukte het de wetenschappers wel. Het gebied is doorgaans vrij vruchtbaar en wordt bewoond door veel boeren die er landbouw bedrijven. Van 2007 tot 2010 volgden er echter drie droge jaren op elkaar, waardoor oogsten mislukten. De wetenschappers berekenden dat de kans dat die drie droge jaren binnen de natuurlijke variatie van het klimaat vallen verwaarloosbaar klein was. “Het moest wel klimaatverandering zijn, die er schuldig aan is geweest,” zegt Meyer. De droogte zorgde ervoor dat boeren hun land achterlieten en naar de stad trokken. Sommige steden kregen er tot wel 50 procent meer inwoners bij. “Als je het goed regelt, dan is zo’n toestroom wel te behappen,” zegt Meyer. Maar Assad deed helemaal niks. Daardoor groeide de ontevredenheid, met het conflict als gevolg.” Het maakt maar weer eens duidelijk dat er nooit één oorzaak achter een oorlog zit, maar dat er allerlei krachten op elkaar in werken.

Natuurlijk is Syrië niet de enige plek waar we met klimaatvluchtelingen te maken hebben. Volgens de Verenigde Naties (VN) zijn er op dit moment 140 miljoen mensen die door klimaatverandering ontheemd zijn geraakt. Veel daarvan zijn Afrikanen, maar ook mensen uit India en Bangladesh.

 

Syrische vluchtelingen die toegang tot de EU eisen (bron: Kostas Koutsaftikis / Shutterstock.com)

 

[1] WMO Statement on the State of the Global Climate in 2016 – https://library.wmo.int/opac/doc_num.php?explnum_id=3414

[2] Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016 – Europees Milieuagentschap – https://www.eea.europa.eu/publications/climate-change-impacts-and-vulnerability-2016

[3] Bomen en planten moeten de stad koel houden – Cor Speksnijder – https://www.volkskrant.nl/binnenland/bomen-en-planten-moeten-de-stad-koel-houden~a4092547/

[4] RTLnieuws.nl – https://www.rtlnieuws.nl/nederland/dit-extreme-weer-is-het-nieuwe-normaal

[5] De staat van het klimaat 2015 – Stichting HIER klimaatbureau https://www.hier.nu/uploads/inline/hier-558bc83279b80-HIER_klimaatbureau_Staat_van_het_Klimaat_2015.pdf

 

Comment Section

0 reacties op “Klimaatverandering 2: Reeds zichtbare gevolgen klimaatverandering

Plaats een reactie


*