Page content

article content

Geweld tegen dieren

Een wetenschappelijke en spirituele visie hoe met dieren om te gaan – deel 2

Inleiding
In het vorige artikel hebben we gezien dat de meeste wetenschappers het erover eens zijn dat alle gewervelde dieren, zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen, in verschillende mate bewust zijn, gevoelens hebben en pijn kunnen lijden. Spiritueel gezien lijkt het er sterk op dat dieren een ziel hebben, veelal een groepsziel, maar er zijn ook zeker dieren die al geïndividualiseerd zijn. En er zijn duidelijke aanwijzingen voor reïncarnatie van dieren, zoals uit gesprekken met deze dieren blijkt.
In dit deel 2 van de serie van drie, zullen we proberen de vraag te beantwoorden hoe we met deze kennis wel met dieren zouden moeten omgaan, nadat we gekeken hebben naar de effecten van onze huidige omgang met de dieren in de intensieve veehouderij.

Moeten we onderscheid maken tussen groepen dieren?
Dit is natuurlijk een hele moeilijke vraag om te beantwoorden. Toch wil ik een poging wagen. Al eer-der concludeerden we dat de meeste wetenschappers het erover eens dat alle gewervelde dieren, zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen, in verschillende mate, bewust zijn en gevoelens hebben en pijn kunnen lijden. Maar mogen we daaruit concluderen dat de andere dieren, bijvoorbeeld de insecten, minder waard zijn of zelfs minderwaardig? En hoe denken we over bacteriën en schimmels? Insecten bijvoorbeeld hebben we lang als lastige of zelfs verwerpelijke wezens gezien. Maar nu de wereld geconfronteerd wordt met het afnemen van de insecten populatie met 80% vanwege landbouwgif dat gebruikt wordt op het land, en dat consequenties voor het menselijke leven begint te krijgen, moeten we daar ook heel anders over gaan denken. Insecten vervullen een belangrijke rol in het ecosysteem Gaia, zo staan ze onderaan de voedselketen en zijn veel kleinere dieren en vissen er van afhankelijk. Het verhaal van de bijen is bekend, zij zijn verantwoordelijk voor het bestuiven van veel planten die voor ons mensen belangrijk zijn voor ons voortbestaan. Het lijkt erop dat we het belang van insecten lang onderschat hebben.

Ook de vlieg speelt een rol in het totale ecosysteem Aarde (foto: Depositphotos)

En als je de verhalen van Piek Stor [1] leest, klinkt een vlieg ineens heel anders. Ze schrijft over haar gesprek met de vlieg op haar woonboot. Ze vertelt eerlijk dat ze een insectenmepper is. Zegt de vlieg: Kan het misschien ook naast elkaar? Insecten horen erbij. Ze weet dat mensen een schone wereld willen door insecten te verwijderen. Wij zijn er niet voor niks. Het evenwicht verdwijnt door bemoeienissen van de mens. Je kunt ons vragen ergens anders heen te gaan. Er is genoeg ruimte. Maar dan komt de vliegenplaag in de zomer en Piek vraagt de vlieg, het blijkt een woordvoerder van de vliegen te zijn, of ze ook met minder aanwezig kunnen zijn. Dat is maar hoe je het bekijkt. Voor Piek ligt het een beetje lastig. Ze vindt dat ze met teveel zijn, maar ze heeft ook een jonge gierzwaluw groot te brengen en de vliegen zouden daar goed voor gebruikt kunnen worden. De keuze is aan de vliegen, of verhuizen of als voedsel dienen. Dat kan, dat klinkt redelijk. Tot voedsel dienen is iets heel anders dan in de prullenbak verdwijnen. Bovendien kunnen we weer als vlieg terugkomen. De conclusie is dat de vliegen die binnen blijven bereid zijn als voedsel te dienen, de anderen gaan weg.
Veel bacteriën en schimmels zijn belangrijk voor een gezond bodemleven en daar zijn wij mensen weer afhankelijk van via onze voedselketen. Of de 38 biljoen bacteriën die in onze dikke darm wonen en ons voedsel verteren voor ons. Dus ook die zijn belangrijk en verdienen onze bescherming, ook al weten we nauwelijks van hun bestaan af.
Blijft de vraag moeten we onderscheid maken tussen groepen dieren? Het lijkt erop dat alle dieren, tot en met de insecten, wormen, kakkerlakken, bacteriën en schimmels een functie vervullen in het ecosysteem en ook al begrijpen we die rol misschien niet, we kunnen ze niet zomaar laten verdwijnen. Hoewel als ik weer aan de teek denk …

Hoe leven landbouwdieren tegenwoordig?
Het grootste probleem in onze omgang met dieren vormen de landbouwdieren, die veelal in de intensieve veehouderij gehuisvest zijn. Enkele getallen om een beeld te krijgen van de omvang. Er leven ca. 1 miljard varkens, 1,5 miljard runderen en 50-60 miljard kippen in deze industrie. In totaal gaat het om 70-75 miljard dieren per jaar. Deze dieren worden nauwelijks, op een enkele uitzondering na, beschouwd als levende wezens die pijn en stress kunnen ervaren, maar worden gezien als machines voor de productie van vlees, melk en eieren. Ze worden gefokt op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een manier dat hun lichamen passen binnen het beeld dat ze als productiemiddel moeten hebben, zodat ze in kortere tijd meer vlees produceren of juist meer eieren leggen, enz.. De lengte en kwaliteit van hun bestaan wordt bepaald door hun economische waarde. Dierenwelzijn speelt uitsluitend als afgedwongen kwaliteit een rol.
Naast de zoogdieren worden elk jaar 2.7 triljoen dieren uit zee gevist. Zo’n 75% van de wereldwijde visgebieden wordt geëxploiteerd of is al uitgeput. Ongeveer 40% van de gevangen vis wordt wegge-gooid omdat ze van de verkeerde soort of te klein is. Helaas zijn ze dan al dood.
Uit een studie ‘Mapping the Global Distribution of Livestock’, gepubliceerd in 2014 in het tijdschrift Plos.One [2], blijkt dat ‘Alle gefokte dieren wereldwijd samen ongeveer 1 miljard ton wegen. Ter vergelijking: de totale wereldbevolking weegt zo’n 500 miljoen ton. De dieren in het wild zijn goed voor zo’n 40 miljoen ton.’ Deze verhouding zal nu vijf jaar later er niet beter op geworden zijn.
Dit denken over dieren als machines hebben we te danken aan één van de grote denkers uit onze westerse historie Descartes, die in 1637 de mens centraal stelde in het Universum, omdat de mens een ‘geest’ heeft, terwijl dieren slechts objecten zijn, dingen die niet na kunnen denken. Dat dit wereld-beeld totaal achterhaald is in onze huidige tijd moge duidelijk zijn gezien de vele wetenschappelijke publicaties over intelligentie bij dieren en over het vermogen tot het ontwikkelen van gevoelens en pijn.

Boven varkens in de intensieve veehouderij, de gebruikelijke wijze van een kraamkamer (foto: Depositphotos); onder varkens op boerderij Panhof in Dalfsen, waar de biggen gewoon in de natuur buiten samen met moeder zeug opgroeien

Er is dus een noodzaak om een weg te vinden om anders met dieren om te gaan dan tot nu toe. Dat is het meest zichtbare in de intensieve veehouderij, maar ook in de landbouw met de enorme hoeveel-heden gewasbeschermingsmiddelen die daar gebruikt worden. We zullen zelfs anders moeten leren omgaan met de zogenaamde wilde dieren, de vrij levende olifanten, neushoorns, leeuwen, enz., die allemaal bejaagd worden vanwege iets dat voor de mens waardevol is, waardoor we deze dieren do-den om dat te verkrijgen. Denk aan ivoor, de hoorn van de neushoorn, jachttrofeeën, enz..

Moeten we dieren rechten geven?
Het is duidelijk dat de vleesetende burgers niet stil willen staan bij de wijze waarop dieren behandeld worden in de vleesindustrie, maar ook in de amusementsindustrie en andere situaties waarin dieren een rol spelen die niet in de lijn van hun eigen bestaan ligt. Dit kan alleen anders worden als we dieren rechten gaan geven die ze beschermen.
Misschien moeten we dit zien in het kader van een steeds bewuster wordende beschaving. In de 16e, 17e en 18e eeuw kwam de slavenhandel opzetten omdat er behoefte was aan goedkope arbeidskrach-ten die sterk en gezond waren. Dit heeft slechts kunnen ontstaan omdat het blanke ras zichzelf superieur achtte aan de gekleurde bevolking van vooral Afrika. De slavernij werd in de loop van de tweede helft van de 19e eeuw langzaam afgeschaft. Partijen die er winst uit haalden stribbelden lang tegen, maar uiteindelijk is iedereen het er over eens dat dit toch wel een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de mensheid is.

Parallellen tussen slavernij en de intensieve veehouderij zijn duidelijk aanwezig (bron: http://verenoflood.nu/schuld-aan-slavernij/)

De parallellen met de intensieve veehouderij liggen voor de hand. Maar er is steeds meer bewustzijn dat de wijze waarop we met dieren omgaan, niet meer acceptabel is. Dan helpt het enorm om wetten te maken die dieren beschermen, echt beschermen en niet een klein beetje minder slecht leven geven. Dieren moeten fundamenteel eigen rechten krijgen
‘Een varken heeft een eigen wil. Als mensen varkens als hun eigendom beschouwen en behandelen, dan maken we hun fundamentele belang bij zelfbeschikking ondergeschikt aan onze wensen. Het gaat erom dat we wezens op basis van hun eigen aard rechten geven. Een varken heeft het recht om geen bezit te zijn en niet als instrument te worden gebruikt en dood te gaan op zijn eigen tijd. Dat geldt voor ieder dier dat het vermogen tot lijden heeft. Er is geen logica die rechtvaardigt dat we een harde grens trekken tussen mensen en andere dieren.’ [3]
Voor de wet zijn dieren dingen. Je kunt ze bezitten en ermee doen wat je nuttig of nodig acht, binnen grenzen die we ook bij wet hebben gesteld. Daarom is het noodzakelijk dat we de rechtspositie van dieren veranderen. We moeten erkennen dat dieren personen zijn. Ze hebben een eigen karakter, een eigen wil, het zijn unieke individuen die het vermogen hebben tot gevoelens.

Dieren zijn dingen die je kunt bezitten bij wet (bron: https://bnparents.org/its-the-law/)

Het karma dat de mensheid door deze wrede exploitatie en het doden van dieren op zich laadt is nog nooit zo heftig geweest. Tolstoy zei reeds: Zolang er slachthuizen zijn, zullen er ook slagvelden zijn. En Richard Branson zei: ‘I believe we will look back and be shocked at what was accepted, the way we kill animals en masse for food.’

Wat is de milieu impact van de veehouderij?
Het produceren van voedsel kost veel grondstoffen (zoals kunstmest, gewasbestrijdingsmiddelen, brandstof voor landbouwvoertuigen, enz.) en is goed voor meer dan een kwart van alle door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Het overgrote deel van die uitstoot, tot wel 80 procent van die 25 procent, is het gevolg van veehouderij.
Vlees en zuivel is geen efficiënte manier om de wereldbevolking te voeden. Het rendement van de omzetting van veevoer naar dierlijk voedsel is voor een aanzienlijk deel inefficiënt. Zo wordt slechts 3 procent van de plantaardige calorieën omgezet in calorieën in rundvlees, een verlies aan voedingswaarde van 97 procent. Voor andere vleessoorten is het rendement beter, maar nog steeds slechts 20 procent voor kip, het best scorende stukje vlees.
Onderzoek toont aan dat zonder consumptie van vlees en zuivelproducten het wereldwijde gebruik van landbouwgrond met meer dan 75 procent zou kunnen worden verminderd, een gebied dat gelijk staat aan dat van de VS, China, de Europese Unie en Australië samen, en nog steeds de wereld kan voeden. Verlies van natuur gebieden naar landbouw is de belangrijkste oorzaak van de huidige massa-le uitsterving van dieren in het wild. [4]
Deze nieuwe analyse toont aan dat terwijl vlees en zuivelproducten slechts 18 procent van de calorie-en en 37 procent van de eiwitten bevatten, het de overgrote meerderheid, 83 procent, van de land-bouwgrond gebruikt en 60 procent van de broeikasgasemissies van de landbouw produceert. De wetenschappers vonden ook dat zelfs de allerlaagste impact van vlees- en zuivelproducten nog steeds veel meer schade aan het milieu veroorzaakt dan de minst duurzame groente- en graanteelt.
Mensen maken slechts 0,01% van al het leven uit, maar zijn verantwoordelijk voor het vernietigen van 83 procent van de wilde zoogdieren.

Conclusie
We kunnen geen enkele diersoort missen in het ecosysteem. Als wij mensen denken dat we insecten wel kunnen missen en daardoor veel gewasbeschermingsmiddelen gebruiken, blijkt dit zich op den duur toch tegen ons te keren. Insecten maken een wezenlijk deel uit van de biodiversiteit.
In de huidige intensieve veehouderij worden dieren ingezet als machines voor vlees, melk en eieren, en veelal ook zo behandeld. In het licht van onze huidige kennis is dit niet meer aanvaardbaar. Daarnaast levert de intensieve veehouderij een grote bijdrage aan de opwarming van de Aarde.
Het is onvermijdelijk dat we dieren rechten gaan geven op basis van hun eigen aard en vermogens. Het vermijden van vlees en zuivelproducten is de beste manier om het dierenleed dat verbonden is met de intensieve veehouderij en de milieu-impact daarvan op de planeet te verminderen.

[1] Piek Stor: In de Stilte hoor je alles
[2] https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0096084
[3] Willem Vermaat, dierethicus, 30 oktober 2018 in de Volkskrant
[4] https://www.theguardian.com/environment/2018/may/31/avoiding-meat-and-dairy-is-single-biggest-way-to-reduce-your-impact-on-earth

Comment Section

0 reacties op “Geweld tegen dieren

Plaats een reactie


*