Page content

Van zon en wind alleen

Hoe en hoe snel kan Nederland zijn beloften op energiegebied nakomen? Wim Turkenburg over verschillen van inzicht en ‘groene-sokken-naïevelingen’. Officieel is hij al vijf jaar met pensioen, maar zijn onderzoek laat hem niet los. Of moet je zeggen, Wim Turkenburg laat zijn onderwerp niet los? Nog altijd is de emeritus hoogleraar van de Universiteit Utrecht een belangrijke speler in het nationale energiedebat. Maar waar hij vroeger vaak sceptici tegenover zich zag, mensen die de klimaatverandering in twijfel trokken, moet hij nu de strijd aan met de milieubeweging. Met ‘groene-sokken-naïevelingen’, zoals hij ze zelf noemt.

Groene-sokken-naïevelingen

Daar zitten ook collega-wetenschappers bij zoals de Wageningse emeriti Rudy Rabbinge en Pier Vellinga, die beweren dat Nederland in twintig jaar zijn hele energiebehoefte met zon en wind kan bevredigen. “Vellinga stelde voor om 8 procent van het Nederlandse grondgebied met zonnepanelen te bedekken. Naast alle daken van huizen en kantoren. Dat is bijna twee keer de provincie Utrecht. Een volstrekt irreëel plan!”

Verkeerde been

Hij vindt het onbegrijpelijk dat deze collega’s dergelijke ‘lekenpraat’ bezigen. “Ze zetten mensen op het verkeerde been. Ze wekken de indruk dat Nederland al een eind op de goede weg is. Uit enquêtes blijkt dat de gemiddelde Nederlander denkt dat nu al 30 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen als zon en wind komt. Het is nog geen 6 procent.”

Den Haag ziet de urgentie van het klimaatprobleem niet

De voorbije verkiezingscampagne heeft hem niet de indruk gegeven dat Den Haag wel overtuigd is van de urgentie van het klimaatprobleem. Ruim een jaar geleden ondertekende ook Nederland het akkoord van Parijs. Turkenburg: “Ik hoor ambtenaren van EZ nu zeggen dat we de opwarming van de aarde moeten beperken tot twee graden. Nee, zeg ik dan. ‘Parijs’ spreekt van ruim beneden de twee graden en streeft naar maximaal anderhalve graad. Met alle toezeggingen die landen hebben gedaan, koerst de wereld af op drie graden. Dat is de urgentie.”

Volgen van Brusselse afspraken is niet genoeg

Voorlopig volgt Nederland de afspraken die in Brussel zijn gemaakt: 25 procent minder broeikasgassen in 2020 (ten opzichte van 1990) en 40 procent minder in 2030. Het akkoord van Parijs vereist dat de uitstoot in 2050 naar nul is teruggebracht. Daarvoor is het nodig dat in 2030 de teller al op min 50 staat. Dat wordt nog een hele klus. “Die 25 procent lijken we te gaan halen. Maar dan. De reductie is vooral bereikt met andere broeikasgassen dan CO2, zoals methaan en lachgas. Straks is het CO2 zelf aan de beurt. Dan wordt het moeilijk, dan moeten we werkelijk iets aan ons gebruik van olie, gas en kolen gaan doen.”

Twee factoren

De vraag wat er dan moet gebeuren, is nog niet zo gauw beantwoord. Het hangt ervan af hoeveel energie Nederland in 2050 gebruikt, en dat hangt weer af van factoren als economische groei en de hoeveelheid energie die we nodig hebben om één euro te verdienen. De afgelopen dertig jaar hebben die twee factoren elkaar in evenwicht gehouden. Ondanks een economische groei van gemiddeld 2 procent per jaar is het finale energieverbruik, dus dat wat we samen als consument opmaken, gelijk gebleven: 2100 petajoule (600 miljard kilowattuur) per jaar.

Patroon aanpassen of echt besparen

Wie het energieverbruik nog verder wil terugdringen heeft twee opties: een ander energiepatroon of echt besparen. “Bij het eerste moet je denken aan een andere inrichting van de economie. Een verschuiving van de zware industrie naar high tech of diensten. Van Shell naar Philips, zeg maar. Maar ook de consument kan wat doen. Voor de economie maakt het niet zo uit of jij je geld besteedt aan een nieuwe auto of aan een schilderij. Voor het klimaat wel.”

Daarnaast zijn er de echte besparingen: huizen isoleren, vaker de fiets in plaats van de auto, led-verlichting. “Al met al denk ik dat we die efficiëntieverbetering van 2 procent die we de laatste dertig jaar hebben bereikt, kunnen opkrikken naar 2,5 procent per jaar, maar gezien de ervaringen in het verleden is dat wel de grens.”

Urgenda

Milieu-organisatie Urgenda gaat in haar plannen uit van 4 à 6 procent besparing per jaar, maar dat vindt Turkenburg volstrekt ongeloofwaardig. Natuurlijk, zegt hij, het potentieel is er. “In principe kan er 85 procent af. Slechts 15 procent van de energie die we verbruiken, hebben we echt nodig. Je kunt de auto laten staan en gaan lopen. De verwarming uit en een trui aan. De grootste verliezen zitten aan het eind van de keten. De consument kookt een eitje en gooit het hete water weg. Heeft niet genoeg aan één lampje, maar verlicht voor de sfeer het hele huis. Daar is winst te halen maar het is niet reëel om daar veel van te verwachten.”

Maar goed, stel dat we uitgaan van 2 procent economische groei en 2,5 procent verbetering van de efficiëntie, dan is het energieverbruik in 2050 1750 petajoule per jaar. Is aan die vraag met alleen zon en wind te voldoen?

Buffers noodzakelijk

Wacht even, zegt Turkenburg. “Zon en wind leveren niet altijd. Als dat de enige bronnen zijn, moeten we buffers inbouwen, we moeten energie opslaan voor donkere of windstille dagen.” Er is daarom meer capaciteit nodig dan voor die genoemde 1750 petajoule. Om op te kunnen slaan én om de verliezen te compenseren waarmee omzetting en opslag gepaard gaan. Turkenburgs berekeningen komen uit op 2300 petajoule. “Dat komt neer op 400 gigawatt aan zonnepanelen en 100 gigawatt aan wind. Ter vergelijking: als alle geplande windparken in 2023 draaien, staat er 10 gigawatt, en we hebben ruim 1 gigawatt aan zonnepanelen.”

En dan zijn we er nog niet

Er zijn allerlei ideeën om die reserve-energie op te slaan – accu’s van elektrische auto’s, waterbekkens of warmte-opslag – maar die zetten allemaal niet veel zoden aan de dijk, of zijn niet geschikt om lange perioden met weinig zon of wind te overbruggen. Er is in Turkenburgs visie maar één betrouwbaar opslagsysteem: waterstof. “Besef wel dat het in Nederland wel eens tien dagen niet heeft gewaaid. Zoveel energie moet je dus in de vorm van waterstof klaar hebben liggen. Maar omdat je daar zelden een beroep op hoeft te doen, is het buitengewoon kostbaar.”

Heel Europa koppelen

Maar is het nodig? Je kunt alle wind- en zonneparken van Europa koppelen. Het waait altijd wel ergens, dus dan hoef je niet zoveel op te slaan. Valt tegen, zegt hij. Vorig jaar werkte hij mee aan een onderzoek naar de optimale energiemix voor Europa. “Daarin was de voorwaarde dat de elektriciteit tegen zo gering mogelijke kosten werd opgewekt, dat levering zeer betrouwbaar was en natuurlijk nauwelijks CO2-uitstoot gaf. Bij die randvoorwaarden past geen nieuw Europees stroomnet met grootschalige uitwisseling. Ook kernenergie is daarin geen optie. Nee, we zijn het beste af door het grootschalig gebruik van hernieuwbare bronnen – zon, wind en biomassa – te combineren met gasgestookte centrales met ondergrondse opslag van de CO2. Dan heb je veel minder energieopslag nodig.”

Lees verder op trouw.nl. Leestijd 5 minuten.

Trefwoorden: energiemix, duurzame bronnen, zon en wind, energieopslag, waterstof

Comment Section

1 reactie op “Van zon en wind alleen


Door Johan Prins op 29 maart 2017

” Naast alle daken van huizen en kantoren” Ook in dit artikel: geen woord over de fabrieks (platte) daken !!! De Industrie is de grootste energie slurper. huishoudens gebruiken maar een fractie van de energie. Ten opzichte van huishoudens en kleine bedrijven betaald de grote industie heel erg weinig voor electriciteit. Druk die jongens eens een veel hogere stroomprijs door de strot, misschien denken ze dan een keer mee!

Plaats een reactie


*