Page content

Hebben wij een ziel?

Vrijwel ieder mens denkt dat hij of zij een ziel heeft. Waarom ook niet? Het staat in oeroude boeken,  Plato zei het en met hem vele andere denkers zoals Augustinus, Spinoza, de paus, de imam en de dominee. Waarom zouden we daar dan een vraagteken bij plaatsen? Het probleem is de moderne techniek. Gerrit Teule gaat in zijn nieuwste boek in op de vraag of wij een ziel hebben. 

Als we met de nieuwste apparatuur, Mri-scanners en supermicroscopen, het brein tot in de diepte onderzoeken, dan is er nergens een ziel te bekennen. Er bestaan in het brein (en in onze lichaamscellen) alleen maar subtiele elektrochemische reacties, miljarden per seconde, en dat geldt voor alles wat leeft en groeit. Het is overigens nog maar de vraag of we onze ziel moeten zoeken in ons brein. ‘Als mijn ziel bij wijze van spreken de directie is van de ‘onderneming’ die ik ben, en mijn schedel is de computerkamer, waarom zou dan de directeur steeds in de computerkamer moeten zitten? Vanuit mijn ICT-ervaring weet ik dat directeuren daar vrijwel nooit komen. Sterker nog, waarom veronderstel ik eigenlijk dat mijn ziel ergens binnenin mijn brein of in mijn lichaam zou moeten zitten? Waarom is het niet andersom: mijn lichaam zit in mijn ziel? Misschien heeft mijn ziel een uitgebreidheid die veel groter is dan mijn lichaam.’ Aldus Gerrit Teule in de inleiding van zijn nieuwe boek ‘Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?’

Met moderne apparatuur is er nergens een ziel in ons lichaam te vinden

Met moderne apparatuur is er nergens een ziel in ons lichaam te vinden

Van oudsher bestaat er in de filosofie een probleem over het oorzakelijk verband tussen lichaam en geest, waarbij we de ziel beschouwen als een concentratiepunt van geestelijke actie. De vraag is: hoe kan de geest de materie beïnvloeden, en vice versa? Volgens de filosoof René Descartes bestaat er geen oorzakelijk verband tussen beide; geest en stof staan volgens hem volstrekt los van elkaar. Hij zei eens: ‘Er is in de geest niets dat materieel is en er is in de materie niets dat geestelijk is.’ Daarmee dreef hij het probleem van de onderlinge samenwerking op de spits. De denkrichting van het idealisme beweert, dat alles alleen maar gedachte is. Volgens hen is de hele materiële wereld een illusie. Materialisten beweren het tegenovergestelde: alleen de materie bestaat echt en al het geestelijke is een zinsbegoocheling, een epifenomeen. Populair gezegd: het geestelijke is niets meer dan een beetje schuim op de hersengolven. Dat onze mentale acties toch overeenkomen met onze daden, is dus een probleem.  Om dit probleem op te lossen zijn er wonderlijke constructies bedacht. Zo dacht men ten tijde van Descartes dat geestelijke en lichamelijke acties weliswaar volkomen los van elkaar stonden, maar dat ze toch volstrekt parallel liepen, vergelijkbaar met twee afzonderlijke klokken die allebei steeds exact dezelfde tijd aangeven. De coördinatie tussen beide zou verzorgd worden door de lieve en almachtige God. Vanuit zijn Goddelijke genade zou Hij het toch niet toelaten dat we rondlopen in een dwaalwereld, waarin denken en doen niets met elkaar te maken zouden hebben.

Descartes beweerde dat geest en lichaam volkomen los van elkaar stonden

Descartes beweerde dat geest en lichaam volkomen los van elkaar stonden

In deze gewenste of bestreden samenwerking tussen geest en stof neemt de ziel een belangrijke plaats in als het concentratiepunt, waarin de geest zich op de een of andere manier bemoeit met het lichaam en vice versa. Honderden filosofen, kerkleiders en dichters putten zich uit om deze ziel te beschrijven. Er is zelfs een concilie gewijd aan de vraag of de vrouw wel een ziel heeft! En is een mier of een boom bezield? Er zijn ook proeven gedaan om te meten hoeveel gram de menselijke ziel weegt als deze bij het sterven het lichaam verlaat. Volgens moderne materialistische breinwetenschappers is dit gedoe en het zoeken naar de ziel zinloos. Onze ziel en ons bewustzijn zou niets meer zijn dan een zijeffect van de elektromagnetische hersengolven. Eigenlijk is ons bewustzijn volgens hen niets meer dan een soort babbelbox die onze onbewuste handelingen achteraf van al of niet rationeel commentaar voorziet. Het bewustzijn is dus wel grappig om te hebben, maar het is nauwelijks nuttig. Het zal nog moeten blijken of ons intelligente of domme gebabbel en geruzie onze soort langer en beter laat overleven dan de miljoenen jaren oude soorten zoals krokodillen, insecten of schildpadden.  De huidige mens lijkt niet een erg duurzame soort.

Kortom, niemand weet er het fijne van. De echte beslissingen komen ergens diep vanuit ons onbewuste (lees: uit de elektrochemie van neuronen). Microscopen en fMri scanners laten ons tegenwoordig inderdaad veel interessante dingen zien, inclusief het tijdsverloop van breinprocessen, maar ze geven geen zicht op onze geest en ziel. Wie dan zegt: ‘Ik geloof alleen wat ik zie’, komt dus onvermijdelijk terecht in een zielloze wereld: een wereld waarin alleen de dode materie ons iets te vertellen heeft. Geest en bewustzijn kunnen in deze visie niets meer zijn dan een overbodig grapje van de natuur. Toch kan deze gedachte niet de enige waarheid zijn, want we ervaren onze ziel en onze geest elk moment, in de meest directe ervaring die er bestaat, als iets van grote waarde.

Met de deeltjesversneller openen zich nieuwe wegen in onderzoek naar de ziel

Met de deeltjesversneller openen zich nieuwe wegen in onderzoek naar de ziel

Er is een andere mogelijkheid, die in de afgelopen eeuw al vanuit diverse bronnen naar voren is gebracht, maar die sindsdien onderbelicht is gebleven: de geestelijke binnenkant van de materie. Om daar maar meteen in te duiken, begint dit boek met een verhaal over een merkwaardig wetenschappelijk experiment in een deeltjesversneller, waarbij nieuwe elektronen gemaakt werden. De reden wordt onmiddellijk daarna duidelijk als we dieper ingaan op de vraag wat het elementaire deeltje ‘elektron’ precies zou kunnen zijn, hoe lichtdeeltjes (fotonen) daarmee samenwerken en hoe elektronen een geestelijk binnenkant kunnen hebben. Dit is het verhaal over een fundamentele eigenschap van materie: haar universele streven om tot bewustzijn te komen. Met het uitwerken van deze gedachte investeren we in een nieuwe taal met nieuwe betekenissen, zodat we begrippen als geest, ziel en bewustzijn, binnenkant en buitenkant en hun verbinding met de natuurkracht elektromagnetisme op een nieuwe en moderne manier kunnen zien in al hun glorie en diepgang. Moderne natuurkunde en informatica spelen daarbij een dominante rol. De gedachten van de paleontoloog Pierre Teilhard de Chardin (evolutie van het bewustzijn, binnenkant van de materie, de noösfeer), de fysicus Jean Emiel Charon (elektronen, fotonen, psychomaterie en eonen), de psychologen Carl Jung (het onbewuste, archetypen en synchroniciteit) en Roberto Assagioli (het gemeenschappelijk bovenbewuste) krijgen in dit verhaal een hernieuwde impuls. Stuk voor stuk lijken deze wetenschappers misschien eigenwijze Einzelgänger, die zich van de academische consensus weinig aantrokken. Maar samen schreven ze een groots en gedurfd verhaal over geest, ziel, bewustzijn en de fundamentele natuurkracht elektromagnetisme, dat in deze tijd van alomtegenwoordige elektronica, computers en telecommunicatie verteld moet worden. De kern van hun gezamenlijke verhaal, samengebracht in een korte stelling, is de essentie van dit boek: ‘Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? Geest en ziel zijn de binnenkant van elektromagnetisme en elektromagnetisme is de buitenkant van geest en ziel.’

Met een EEG kunnen we heel diep in onze hersenen kijken en de denkprocessen volgen

Met een EEG kunnen we heel diep in onze hersenen kijken en de denkprocessen volgen

De eerste consequentie van deze stelling is dat het geestelijke en het natuurkundige verbonden wordt in een overkoepelende synthese. Dat geest en elektromagnetisme iets met elkaar te maken hebben bewijst ieder elektro-encefalogram. Een gevoelige antenne op het hoofd registreert na versterking de elektromagnetische ‘denkbewegingen’ in het brein. Maar de termen ‘binnenkant’ en ‘buitenkant’ vereisen een nauwkeurige uitleg. Uiteindelijk leidt deze fundamentele en verbindende stelling tot een nieuw en vooral bruikbaar mens- en wereldbeeld, waarin veel oude filosofische en psychologische raadsels over het oorzakelijke verband tussen lichaam en geest op een nieuwe en verhelderende manier bekeken kunnen worden. Deze moderne verbinding tussen geestelijke en materiele zaken is een synthese tussen het aloude materialisme en idealisme. Voor de geesteswetenschappen (psychologie, filosofie, sociologie en theologie) is deze basale verbinding misschien wel van dezelfde importantie als wat de formule E=mc2 voor de natuurkunde was. In deze formule werd een nieuw en fundamenteel verband gelegd tussen energie en materie. In de bovengenoemde stelling wordt een logisch en natuurkundig verband gelegd tussen ziel en brein, tussen geest en materie; een verband dat teruggaat tot het begin van dit universum.

Het gebouw van de psychologie kent vele verdiepingen, maar er zit ook nog een diepe en duistere kelder onder. Freud gluurde door een luikje de donkere diepte in en meende zwoegende lusten te zien. Jung zag iets anders: oeroude metaforen, archetypen, die ons denken bepalen. De kwantummechanica onderzocht de vloer van de kelder en de fundamenten van het gebouw. Teilhard en Charon gingen de kelder in en knipten het licht aan. Zij zagen hoe de fysica en de psychologie bij elkaar komen in een nieuwe psychofysica. Jung had daar al een vermoeden van toen hij schreef: ‘Vroeg of laat zullen de kernfysica en de psychologie van het onbewuste elkaar naderen als ze allebei, onafhankelijk van elkaar en vanuit tegenovergestelde richtingen, vooruitstoten naar het gebied van het buitenzintuiglijke’.

Freud gluurde in de diepste verlangens van ons

Freud gluurde in de diepste verlangens van ons

Zielen zijn volgens hun theorie  onvergankelijk en ’zien’ elkaar op een tijdloze manier, non-lokaal. Een interessante vraag in ons ik-tijdperk van ver doorgevoerd individualisme is: ‘Hoe zit ik in mij vel?’, maar nog interessanter is de vraag: ‘Hoe zitten wij in elkaar?’, met de nadruk op de beide betekenissen van de uitdrukking: de technisch/natuurkundige en de gemeenschappelijke en psychologische aspecten. Welke natuurlijke draden verbinden ons met elkaar, zowel lokaal als non-lokaal? Hoe kijken we van daar uit naar ons oeroude en recente evolutionaire verleden en hoe gaan we daarmee de toekomst in? Welke gevolgen heeft deze denkwijze op zaken als computerintelligentie, samenwerking van brein en computer, bijna-doodervaringen, hersenwerking, de vrije wil en in het algemeen en de toekomst van de bewustzijnsevolutie, waarin ook de mens een tijdelijke rol speelt?

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? – auteur Gerrit Teule

ISBN 9789461533487 - Prijs: 24,95

Bron: http://www.elektromagnetischekracht.nl/

Trefwoorden: ziel, brein, bewustzijn, psychofysica, elektromagnetisme

13-18 boek hebben wij een ziel

Comment Section

1 reactie op “Hebben wij een ziel?


Door Paul Revis op 13 oktober 2013

Een boek, geheel naar mijn hart! In een vlotte schrijfstijl en met heldere voorbeelden slaat het een brug tussen natuur- en geesteswetenschap. Het is steeds meer duidelijk geworden dat een natuurwetenschap, die geen rekening houdt met wijsgerige vooronderstellingen, onherroepelijk belandt in reductionistische onzin. Anderzijds sluit een geesteswetenschap die geen rekening houdt met natuurwetenschappelijke data, zich op in een illusoire wereld. Dit boek laat zien dat we ons alleen een modern en verantwoord wereldbeeld eigen kunnen maken door tussen het Scylla en Charybdis van deze twee uitersten door te varen.

Plaats een reactie


*