Page content

De ecologische winst van het vegetarisme

Goede en betrouwbare cijfers en analyses zijn onontbeerlijk voor de overheid. Maar cijfers zijn tegelijkertijd weerbarstig: statistiek blijft niet zelden een abstractie die alleen inzichtelijk is voor een kleine kring van deskundigen. De traditionele manier om statistiek tot leven te brengen, is om deze in geschreven tekst toe te lichten. ‘Zonder verhaal zijn cijfers sprakeloos’, zei UvA-theoloog Karel van der Toorn al eens. Maar we weten ook dat de kracht van beeld vele malen groter is dan die van het woord. 

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft onlangs een prachtig boekwerk gepubliceerd, Nederland Verbeeld, een andere blijk op vraagstukken rond de leefomgeving.

Met beelden komt statistiek pas echt tot leven. Door de ontwikkeling in ICT en sociale media is er de laatste tijd weer veel meer aandacht voor infographicsvisualiseringstechnieken van feitenmateriaal. Deze creativiteit in het verbeelden van wetenschappelijke analyses kan in het domein van de leefomgeving helpen bij het begrijpen van de uitdagingen waarvoor de samenleving zich geplaatst ziet. Niet iedereen hoeft de details van alle samenhangen te kennen. Het is veel belangrijker dat iedereen een gevoel van ‘orde van grootte’ krijgt – wat betekent het eigenlijk als Nederland op termijn een volledig duurzame energievoorziening nastreeft? Hoeveel windmolens zijn er nodig om de Amercentrale te vervangen? Hoe verhoudt de CO2-uitstoot van een vliegreis naar New York zich eigenlijk tot de uitstoot van een alledaagse autorit? ‘Nederland verbeeld’ werpt een andere blik op de feiten en cijfers van het PBL.

Voedsel

In vergelijking met onze (over)grootouders beschikken we in alle jaargetijden over een veel rijker en gevarieerder aanbod van verse groenten en fruit, afkomstig van overal over de wereld. Ook zijn onze dagelijkse porties vlees en zuivel flink toegenomen. Voedsel is in Nederland bovendien relatief goedkoop. Ondervoeding en gebreksziekten, zoals de beruchte Engelse ziekte, komen in Nederland dan ook vrijwel niet meer voor. Mensen worden nog wel ziek van voeding, maar dat komt juist doordat ze niet goed gebruik maken van het rijke aanbod. Zo hangen overgewicht, hart- en vaatziekten, suikerziekte en darmkanker deels samen met ons voedingspatroon: te veel suikers, te veel zout, te veel verzadigde vetten (vaak uit zuivel en vlees) en te weinig vezels, groenten en fruit.

De keerzijde van het rijke aanbod wordt gevormd door de milieugevolgen. In de winter komen verse groenten en fruit vaak van ver. Verder is vooral voor de productie van vlees en zuivel veel land nodig, dat grotendeels buiten Nederland ligt. Zo haalt onze veehouderij veel granen uit Frankrijk en soja uit Zuid-Amerika. Omdat de wereldbevolking groeit en rijker wordt en dus meer voedsel gaat vragen, is er steeds meer landbouwgrond nodig. Dat landgebruik gaat vaak ten koste van (tropische) oerwouden, graslanden en andere gebieden die belangrijk zijn voor de biodiversiteit. Bovendien is landbouw een bron van broeikasgassen.

Een tweede probleem zijn dierziekten en antibioticagebruik. Veehouders hebben vaak antibiotica nodig om hun beesten gezond te houden. Mensen kunnen via contact met dieren of via vlees besmet raken met resistente bacteriën. Dokters kunnen deze patiënten dan niet meer met dezelfde antibiotica behandelen. Dit is extra bedreigend omdat er niet veel nieuwe antibiotica meer worden ontdekt. Ook kunnen dieren soms ziekten op mensen overdragen, zoals de Q-koorts.

Tot slot is er veel maatschappelijke weerstand tegen misstanden in de intensieve veehouderij: denk aan de bezwaren tegen ‘plofkippen’. Vooral door wetgeving en de bouw van verbeterde stallen is de trend voor dierenwelzijn voorzichtig positief. Wel komen ernstige vormen van gebrek aan welzijn nog bij alle diersoorten voor.

Er worden verschillende oplossingen aangedragen om de landbouw duurzamer te maken. Sommigen zoeken het in verdere vergroting van de efficiëntie door nog meer intensivering, schaalvergroting en het inzetten van meer technologie, zoals het sleutelen aan genen bij gewassen of landbouwhuisdieren. Anderen menen dat juist ingezet moet worden op zorgvuldigheid: minder intensieve veehouderij met oog voor dierenwelzijn, het mijden van volksgezondheidsrisico’s en minder lokale milieuproblemen. Een gevolg van zorgvuldiger produceren is vaak dat er meer land nodig is. Een derde richting is anders consumeren. We kunnen proberen minder milieubelastend voedsel te gebruiken, bijvoorbeeld (wat) minder vlees en zuivel. Hiervoor bestaan plantaardige alternatieven die minder milieubelastend zijn (minder ruimte vragen). Daarnaast kunnen we bewust kiezen voor zorgvuldiger geproduceerde producten. Tot slot is het tegengaan van verspilling van voedsel zeker de moeite waard. Een flink deel van ons voedsel gaat uiteindelijk de vuilnisbak in.

Welke mix van oplossingen ook gekozen wordt, het is duidelijk dat de verschillende partijen in de productieketen mee moeten doen. De overheid kan het niet alleen. Veel supermarktketens hebben al diervriendelijke of biologische producten in hun schappen. Veel boeren proberen een kwaliteitsslag te maken door diervriendelijk of biologisch te produceren, of samen met andere bedrijven bijzondere streekproducten in de markt te zetten. Maar veel zal ook afhangen van de consument. Gewend aan kiloknallers en batterijkippen zal die bereid moeten zijn verder te kijken dan een lage kostprijs en wat extra over te hebben voor duurzame, diervriendelijke en gezonde vlees- en zuivelproducten.

Door dubbel klikken op de afbeelding opent deze groot in een apart venster.

13-23 dieren toelichting

13-23 dieren

13-23 voedsel aanbod

Nederland is de op één na grootste landbouwexporteur ter wereld als we kijken naar de hoeveelheid geld die daarin omgaat. Dit komt vooral doordat we veel importeren, verwerken en doorvoeren. Wat onze eigen landbouwproductie betreft staan we wereldwijd op de tweeëntwintigste plaats.

13-23 NL landbouwland

13-23 NL een dunbevolkte stad

Nederland is een bijzonder land: een landbouwgrootmacht in een verstedelijkte samenleving, waardoor de druk op het milieu hoog is.

13-23 vlees - vis

De Nederlandse veestapel is voor een groot deel bestemd voor de export. Een grote zorg is de antibiotica-resistentie van bacteriën. Nederland gebruikt, in Europa, relatief weinig antibiotica per persoon in de gezondheidszorg en relatief veel in de veeteelt. Veel behandelingen met antibiotica leiden tot resistente ziektekiemen, waardoor antibiotica soms niet meer werken.

De in Nederland geconsumeerde vis komt van over de hele wereld. 75% is wild gevangen en 25% gekweekt. De gekweekte vissen worden deels gevoed met gevangen vis. De vis die we vangen in het Nederlandse deel van de Noordzee is steeds jonger (en dus kleiner).

13-23 veel komt van ver

Om de gemiddelde Nederlander een jaar lang te laten consumeren, is een oppervlakte van 0,6 hectare nodig. Dit komt in totaal neer op 10 miljoen hectare voor voeding, hout, katoen en dergelijke. De opbrengst per hectare landbouwgrond is hoog, als het gaat  om Nederlandse productie. Daar liggen twee redenen aan ten grondslag. Ten eerste beschikt Nederland in eigen land over vruchtbare agrarische gronden. Ten tweede behoort de Nederlandse landbouwtechnologie tot de wereldtop.

13-23 welke product welke impact

Als we minder vlees eten, zijn we voor onze eiwitten aangewezen op andere voedingsmiddelen. Op de landbouwuniversiteit in Wageningen buigen voedingswetenschappers zich over de potentie van algen, zeewier en insecten en ontwikkelen zij alternatieve voedselproducten, bijvoorbeeld krekelkroketten.

13-23 welk dieet welke impact

Als alle Europeanen vegetarisch zouden eten – geen vleesproducten en eieren -, dan behaalt de EU al voor 2020 de helft” van de milieudoelstellingen. Hieruit blijkt duidelijk dat het eten van vlees een forse druk legt op het milieu.

Bron: Planbureau voor de leefomgeving – Nederland verbeeld

Trefwoorden: planbureau voor de leefomgeving, Nederland verbeeld, vegetarisme, ecologie, voedsel

Comment Section

0 reacties op “De ecologische winst van het vegetarisme

Plaats een reactie


*