Page content

De dag dat de Aarde op was

Half augustus 2013 is de aarde voor dit jaar op. We noemen dat ook wel Earth Overshoot Day, de dag waarop de mensheid het beschikbare natuurlijk budget voor dat betreffende jaar heeft uitgeput. Vanaf dan leven we dus ecologisch op de pof, de grondstoffen die we voor de rest van het jaar van de planeet gebruiken, kan de planeet voor dit jaar niet meer aanvullen en nemen we dus eigenlijk af van de komende jaren en generaties.

Net zoals een rekeningafschrift bij de bank de inkomsten aangeeft tegenover de uitgaven, weegt Global Footprint Network de vraag van de mensheid naar grondstoffen af tegenover het aanbod van natuurlijke hulpbronnen en ecologische diensten. Earth Overshoot Day, een initiatief van genoemde organisatie, trekt de vergelijking door met de economische logica bij bedrijven: Elk bedrijf dat geen oog heeft voor zijn financiën zal op den duur bankroet gaan, dus moeten we ons als mensheid informeren over of we al dan niet boven ons, ecologisch, budget leven. Uiteindelijk zullen onze hernieuwbare bronnen uitgeput raken.

Global Footprint Network berekent de dag van Earth Overshoot Day door de vraag naar bossen, visgronden, weiland en landbouwgrond te vergelijken met de tijd die nodig is om alle verbruikte hulpbronnen weer te herstellen.

Gebruik van hernieuwbare bronnen

Gedurende het grootste deel van de geschiedenis heeft de mensheid de natuurlijke bronnen gebruikt voor het bouwen van steden en wegen, om voedsel en producten te creëren, en om onze koolstofdioxide te absorberen met een snelheid die goed was binnen het budget van de Aarde. Maar in het midden van de 70-er jaren, overschreden we een kritische drempel: de menselijke consumptie was hoger dan wat de planeet kan produceren.

Volgens de berekeningen is onze vraag naar duurzame ecologische hulpbronnen en de diensten die de planeet kan leveren nu gelijk aan die van meer dan 1,5 aarde.

Feitelijk hebben we nu 1,5 Aarde nodig om aan al onze behoeften te voldoen.

Feitelijk hebben we nu 1,5 Aarde nodig om aan al onze behoeften te voldoen.

Ieder jaar een beetje eerder

Earth Overshoot Day is een schatting, geen exacte datum. Het is niet met 100 procent zekerheid te bepalen welke dag dat we ons ecologische budget overschrijden. Gebaseerd op de huidige veronderstellingen, suggereert Global Footprint Network dat sinds 2001, Earth Overshoot Day ieder jaar enkele dagen eerder is.

Ieder jaar valt Earth Overshoot Day enkele dagen eerder.

Ieder jaar valt Earth Overshoot Day enkele dagen eerder.

Doordat de mensheid groeit en steeds meer verbruikt maar de productiviteit van de aarde min of meer hetzelfde blijft valt deze dag steeds vroeger in het jaar, in 2001 was het nog 9 oktober. Toch is niet alles doom & gloom wat aan de horizon gloort, als we de biocapaciteit van onze aarde weten te vergroten verschuift de Earth Overshoot Day weer terug richting Oudjaar.

De formule die deze Earth Overshoot Day bepaalt is als volgt.

[ world biocapacity / world Ecological Footprint ] x 365 = Earth Overshoot Day

Mogelijkheden om het proces om te keren

Om ervoor te zorgen dat Earth Overshoot Day later in het jaar valt moet de totale ecologische voetafdruk van de mensheid verminderen (consuminderen en kinderminderen) en/óf moet de biocapaciteit omhoog. In dat laatste ligt een uitdaging voor techniek en innovatie want biocapaciteit wordt niet alleen beperkt door fysische factoren als bodem en klimaat. Biocapaciteit wordt ook bepaald door hoe efficiënt er geproduceerd, geoogst en verwerkt wordt. Het Ecological Footprint Network, de hoeder van deze theorie, stelt immers:

“Biocapaciteit vertegenwoordigt de mogelijkheid van het ecosysteem bruikbare biologische materialen te produceren en de mogelijkheid om de door mensen geproduceerde extra CO2 te kunnen absorberen, onder gebruikmaking van huidige management en extractie technieken. Bruikbare biologische materialen zijn gedefinieerd als materialen die de menselijke economie nodig heeft in het betreffende jaar.”

Onderstaande kaart van de biocapaciteit laat het wellicht nog duidelijker zien, efficiënt landgebruik en oogstmethoden verhogen de biocapaciteit. Hoe groter het land op deze kaart hoe groter de biocapaciteit. Afrika is dus een kansencontinent, daar is nog veel ontwikkel potentieel.

13-14 wereldkaart naar footprint

Efficiënter produceren kan ons consumptiegedrag dus meer in balans brengen. Dit betekent bijvoorbeeld:

  • omschakelen naar het winnen van olie en eiwit uit algenkweek in plaats van lappen bos kappen voor sojaproductie en veeteelt;
  • de nutriëntenkringloop sluitend maken in plaats van tonnen kunstmest op het land gooien en vervolgens kostbaar stikstof en fosfaat de oceaan in laten stromen of waaien;
  • duurzame landbouw afstemmen op de mogelijkheden van een ecosysteem en niet ongelimiteerd grondwater oppompen om in de woestijn watermeloenen te verbouwen;
  • het erkennen van de biologische diversiteit als een kans in plaats van het opleggen monoculturen;
  • investeren in gecontroleerde en zorgvuldige zaadveredeling in plaats van rücksichtlos genetische modificatie en GMO gewassen introduceren om meer herbicide te kunnen verkopen.

Op deze manier en nog duizend andere innovatieve manieren kan de biocapaciteit van onze aarde groeien en wordt het interen op onze planetaire reserves gestopt.

Gevolgen van ons leven op de pof

Vanwege het feit dat wij meer gebruiken, of uitgeven, dan ons natuurlijk kapitaal kan aanvullen is vergelijkbaar met het hebben van uitgaven die voortdurend boven onze inkomsten liggen. Als we de vergelijking met de economie voortzetten, kunnen we concluderen dat de noodzaak om ons betalingstekort terug te dringen tot 3% van ons Bruto Nationaal Product, vergelijkbaar is. Alleen is de budget overschrijding ecologisch gezien veel heftiger, geen 3-6% maar 50-60%!

De gevolgen van deze extreme planetaire budget overschrijding lezen we dagelijks in de krant. De klimaatverandering ten gevolge van de uitstoot van broeikasgassen wordt steeds duidelijker. Door smeltende permafrost en poolkappen, warmt de aarde nog meer op dan we tot nu toe aannamen, doordat er meer broeikasgassen vrijkomen dan kunnen worden geabsorbeerd door bossen en oceanen.  Dit is wel de meest voor de hand liggende en misschien wel het meest verontrustende gevolg. Maar er zijn anderen gevolgen als krimpende bossen, verlies van biodiversiteit, overbevissing van de oceanen, hogere grondstoffenprijzen en burgerlijke onrust, om er een paar te noemen. De milieu-en economische crises die we ervaren zijn symptomen van een dreigende catastrofe.

Hoe doet Nederland het?

De hoeveelheid land die nodig is om te voorzien in de Nederlandse consumptie van burgers en overheid besloeg in 2005 ongeveer drie keer het landoppervlak van Nederland. De belangrijkste productgroepen voor het landgebruik zijn voedsel (plantaardig en dierlijk), papier en hout. Per inwoner van Nederland ligt het landgebruik in de buurt van het mondiale gemiddelde, doordat er voor de consumptie relatief intensieve productiemethoden worden gebruikt. Het gebruik van biomassa voor energieopwekking is nu nog beperkt van omvang, maar zal stijgen afhankelijk van de ambities en doelen voor een duurzame energievoorziening (PBL, 2012a).

13-14 mondiaal footprint

Het merendeel van het landgebruik (ruim 85 procent) ligt buiten de Nederlandse grenzen, wat betekent dat er vooral internationaal gericht beleid nodig is om de effecten van de voetafdruk te verminderen. Het land dat voor de Nederlandse voetafdruk wordt gebruikt, bevindt zich voor het grootste deel in OESO landen (ongeveer 65 procent inclusief Nederland), voor ongeveer 25 procent in de grote transitie economieën (de BRIICS) en de rest in de overige landen, waaronder het Midden-Oosten en de landen in ontwikkeling.

De voetafdruk van de consumptie geeft niet het complete beeld van de milieueffecten elders van de Nederlandse economie. In Nederland wordt namelijk niet alleen veel geconsumeerd, maar ook geïmporteerd, verwerkt en geëxporteerd: Nederland is een belangrijk handels- en doorvoerland. De belangrijkste agrarische grondstoffen die Nederland importeert zijn (in waarde uitgedrukt) soja, cacao en palmolie. De handel in deze grondstoffen en hun halffabricaten groeit harder dan de binnenlandse consumptie en het binnenlandse verbruik door de industrie. De milieueffecten van deze handelsstroom zijn voor sommige grondstoffen dan ook groter dan de effecten van de consumptie alleen. Zo is de import en verwerking van soja in Nederland voor een groot deel bestemd voor de productie van vlees voor de export (PBL, 2012b).

Bronnen

  • Global Footprint Network. Ecological Footprint and Biocapacity for The Netherlands
  • Wereld Natuurfonds, Voetafdruk
  • WNF. Voetafdruk per land
  • PBL (2012a). Balans van de Leefomgeving 2012. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. www.pbl.nl/balans2012
  • PBL (2012b). Verduurzaming van productketens. Balans van de Leefomgeving 2012. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.

13-14 WWF footprint

Comment Section

0 reacties op “De dag dat de Aarde op was

Plaats een reactie


*